Antwerpen dieren Fashion Lokaal Norman Martens Preparateur Reportage Sir Arthur taxidermie Taxidermist Tekst Vogels

Taxidermist-preparateur Norman uit Antwerpen: ‘Mijn vriezer ligt tot de nok toe gevuld met vogels’

Taxidermist-preparateur Norman uit Antwerpen: 'Mijn vriezer ligt tot de nok toe gevuld met vogels'

Een relatief onbekende ambacht: de taxidermie. En juist dat maakt 21bis-redactrice Laura zo nieuwsgierig. Volgens allesweter Wikipedia ontfermt het vakgebied zich over het prepareren van het ganse dierenrijk. Iemand die zich daarin verdiept, magazine zichzelf een preparateur noemen. Norman Martens (38) kent alle kneepjes van het vak: ‘Straks zetten we zijn ogen de juiste kant op, föhnen we zijn veren en dan is het weer een hartstikke mooi beestje.’

De afgelopen jaren duiken er weer vaker geprepareerde dieren op in showrooms en interieurs. Helemaal fashionable om zo’n beestje te positioneren op de schouw of onder een glazen stolp. De 38-jarige taxidermist Norman heeft zijn eigen zaak Sir Arthur in Antwerpen. In zijn atelier, midden in de toonzaal, prepareert hij dieren, vooral vogels, en vervolgens verkoopt hij die werkjes. Norman vindt het fijn dat er opnieuw aandacht is voor deze ambacht. ‘Wanneer je zelf een Opel koopt, zie je ‘m ineens overal rijden’, lacht hij.

Als je vroeger iets van dichtbij wilde bewonderen, moest je een preparaat gaan bekijken in een museum. Geen pc in de buurt om het even te googelen. Met de komst van de natuurfilm raakte de noodzaak kwijt om dieren te prepareren. Die natuurdocumentaires brengen het dierenrijk prachtig in beeld. Vroeger stond er in elk biologielokaal op de middelbare faculty wel ergens een serie opgezette dieren. Vandaag staan die preparaten –god weet waar– stof te vangen of opgeslagen in de krochten van het schoolgebouw.

Taxidermist Norman steekt de handen uit de mouwen ©Laura Heremans

Niet fotogeniek
De stukken die Norman maakt, dienen om elders een interieur te sieren. Zelden krijgt hij nog opdrachten of aanvragen van een educatief centrum. ‘Het klimaat verandert en daarmee ook de wereld om ons heen. Daardoor komt er steeds meer waardering voor dat wat uit de natuur komt. Als ik aan mensen vertel dat ik uitsluitend met restmateriaal werk, reageren ze steeds positief.’ Voor hem ligt een tengere kerkuil, de vleugels wijd gespreid. Inhoudelijk werd er van het dier weing behouden, enkel z’n verendek en skelet bleven intact. Terwijl hij de huid van het beestje insmeert met een oplosmiddel om zo het conserveren tegen te gaan, licht Norman uitgebreid de volgende stap in het taxidermisch proces toe: ‘Ik smeer ‘m eerst in met een soort klasseerolie zodat de huid niet vergaat. Als ik het beestje optil en er een lamp opzet, kan je er zo doorheen kijken. Wanneer ik het velletje met zouten insmeer, wordt het perkament. Een leren lapje.’

‘Die struisvogel ligt hierachter, in mijn niet-zo-fotogenieke diepvriezer’

Onlangs kreeg Norman een telefoontje van iemand uit zijn kennissenkring. Of hij zin en tijd had om een overleden struisvogel op te halen? Natuurlijk. Hoewel hij zich specialiseert in het opzetten van kleinere exemplaren, kon hij dit aanbod absoluut niet laten varen. ‘Die struisvogel ligt hierachter, in mijn niet-zo-fotogenieke diepvriezer. Dat dier komt dan later aan de wand te hangen. Een heus borststuk met uitgestrekte vleugels.’

Taboe de wereld uit
Spreken is zilver, zwijgen is goud. En daar krijgt Norman het soms flink op z’n heupen van. Het irriteert hem mateloos dat mensen zaken omtrent zijn beroep veronderstellen, maar in feite niks afweten van hoe het er echt aan toe gaat. ‘Na het jagen brachten jagers vaak kadavers mee om ze te laten opzetten als trofeestuk. Met een koedoe of een springbok konden ze thuis tenminste gaan pronken. Kijk, dit dier heb ik zelf geschoten in het bos.’ Die werkwijze hanteert Norman absoluut niet. In dierentuinen en andere privé-eigendommen sterven, vervelend genoeg, geregeld dieren in een nog goede conditie. Met die dieren gaat de Antwerpse taxidermist dan aan de slag. ‘De uilenziekte, waaraan dit kerkuiltje voor me gestorven is, heeft een paar maanden standgehouden. In die periode ben ik verschillende beestjes gaan ophalen om dan later te kunnen prepareren. Ik doe echt iets met restmateriaal. Mijn vriezer ligt tot de nok toe gevuld met allerlei vogels; van roodborstjes tot fazanten.’

Hond Arthur is de trouwe kopaan van Norman in Sir Arthur ©Laura Heremans

Voor elke uil die onder zijn mes gaat, hoort Norman eerst een vergunning aan te vragen. Dat proces kan aardig lang duren, iets té lang naar zijn goesting. Als alle formaliteiten -in het geval van de besmette kerkuil heeft het gehele proces een jaar aangehouden- uiteindelijk achter de rug zijn, pikt hij het diertje op bij de originele eigenaar. Moeizame regeling, maar beschermde vogelsoorten eisen nu eenmaal veel papierwerk.

‘Eerst kreeg mijn zaak die naam en nadien mijn eigen hond’

In die tussentijd klinkt doorheen Sir Arthur Antwerpen een sloom getrippel. Viervoeter Arthur, inmiddels twee, komt vanuit zijn mand gekropen en steekt een stille smeekbede af die ook zijn baasje niet ontgaat. ‘Nu niet, vriend! Ik heb even geen tijd’, spreekt Norman hem kordaat toe. De bassethond is los door zijn middagpauze heen geslapen en heeft daardoor zijn dagelijkse wandeling gemist. ‘Arthur is enorm betrokken bij wat ik doe. Hij zit elke dag naast me. Eerst kreeg mijn zaak de naam Arthur en nadien mijn eigen hond. Waar Sir Arthur dan juist vandaan komt? De schrijver van de Sherlock Holmes-boeken, Arthur Conan Doyle, heette zo. Hij schept een sfeertje waar de taxidermie goed in thuishoort.’ Samen met zijn zakenpartner, die zich verdiept in meubelstoffering en raamdecoratie, kozen ze voor een benaming die terugslaat op het Engeland van de negentiende eeuw. Daar stond kwaliteit, service en taxidermie voorop. Alles werd op maat geproduceerd. Norman en co hanteren die aanpak nog steeds.

Advies in de wind
Iets wat regelmatig terugkomt, en waar Norman nauwelijks op ingaat en beslist de kriebels van krijgt, is de vraag een overleden huisdier op te zetten. Sommige baasjes kunnen hun trouwe metgezel immers niet loslaten. Hij begrijpt van waar het idee komt, maar wuift de plannen alsnog van tafel. ‘Zelf wil ik van Arthur nooit een opgezette hond maken. Hij zal er nooit zo uitzien zoals ik ‘m gekend heb. Zijn oren zullen nooit staan zoals ze eerst bij hem stonden. Zijn blik zal anders lijken dan voorheen; glazen ogen leveren een ander resultaat op. Het wordt nooit nog dezelfde hond. Dan kan je dat beter laten.’

‘Ik moet sowieso iets doen met de elegantie van de vleugels’, toont Norman ©Laura Heremans

Niet alle klanten nemen Normans advies au sérieux. Er passeren toch mensen de revue die het absoluut willen uitproberen. Wie is hij dan om op dat second hun wens te weigeren? Zo gezegd, zo gedaan. In het verleden heeft hij weleens een enkele keer een huisdier opgezet. Tot zijn grote spijt. ‘Wanneer ik het dier afgewerkt had, zei de klant alsnog dat het preparaat niet leek op hoe het er vroeger uitzag. Dan vertelde ik hem opnieuw dat het ook niet kon. Het beestje leeft niet meer, het ziet er fysiek anders uit.’

‘Zelf wil ik van Arthur nooit een opgezette hond maken. Hij zal er nooit zo uitzien zoals ik ‘m gekend heb’

Ondertussen begint hij wel erg onerous aan de poten van de kerkuil te wringen. ‘Als de huid mooi en netjes behouden blijft, heb ik veel vrijheid. Dan kan ik het beestje in alle posities zetten’, demonstreert hij. ‘Op het moment dat ik hem straks op het voetstuk plaats, wordt vanzelf duidelijk welke positie onze uil het mooist staat. Ik moet sowieso iets doen met de elegantie van de vleugels.’

Ingelijste vlinders
Een verhaal dat de Nederlander vaak hoort te vertellen, is dat van zijn afkomst en waarom hij juist België uitkoos voor zijn zaak. Oorspronkelijk komt Norman uit Breda, waar tevens ook zijn fascinatie voor dieren begon. Toen hij enkele jaren later stage liep in Suriname, groeide zijn fascinatie voor insecten, en met identify vlinders, sterk. Nadien ging hij in de leer bij een professionele taxidermist om zo het ambacht volledig onder de knie te krijgen. ‘Mijn passie bleef groeien, tot op een zeker punt dat ik daar meer tijd aan kwijt was dan aan mijn toenmalige baan. Zoals ze altijd zo mooi zeggen, heb ik van mijn hobby mijn beroep gemaakt. En daar ben ik ontzettend blij om.’

‘Komt er niemand om pakjes uit te zoeken, dan besta ik volgend jaar niet meer’

‘Enkele jaren geleden werden de vlinderlijstjes ineens populair. Ik zag ze op een gegeven moment voor enkele euro’s bij de Xenos en Kruidvat liggen. Dat hoeft voor mij niet.’ Meer aandacht betekent immers een grotere vraag. En op die vraag gaan kwekerijen massaal in. Tropische vlinders worden in kassen gehouden en gekweekt zonder natuurlijke vijanden. Ze doorlopen wel hun gehele levenscyclus, maar dat duurt amper enkele weken. Norman vindt het ontzettend jammer dat dieren met dat einddoel voor ogen, gehouden worden.

Sir Arthur is naast winkel ook Normans atelier ©Laura Heremans

Kerstcadeau
Voorheen ontwierp Norman kinderdagverblijven, een wereld van verschil. Die change kwam er alweer zes jaar geleden. Toch voelt zijn eigen zaak nog steeds aan als een sprong in het diepe. Alles hangt af van de opdrachten die binnenstromen of juist verzuimen. ‘Ik spreek voor iedere ondernemer wanneer ik zeg dat het altijd spannend blijft. Met een beetje geluk komen de mensen over een paar weken hun kerstcadeaus uitzoeken. Als dat één jaar niet gebeurt, is het ook meteen klaar. Komt er niemand om pakjes uit te zoeken, dan besta ik volgend jaar niet meer.’ Een opgezette pauw onder de kerstboom, het lijkt een ongewone keuze. Volgens Norman een gewaagd, maar ook geslaagd cadeau voor Kerstmis. ‘Een uniek en blijvend stukje in jouw interieur. Niet goedkoop, dat geef ik toe, maar juist dat maakt het een geliefd cadeau. Je geeft iets dat blijft voor de eeuwigheid.’

‘Onbekend maakt onbemind en dat geldt voor de taxidermie zeer zeker’

‘In mijn klantenbestand zit een man waarvan ik zeker weet dat hij in elke ruimte van zijn huis een stuk van mij heeft staan. Dat hoeft uiteraard niet, maar als iemand passie vindt in wat ik maak, beschouw ik dat als een zeer mooi compliment.’ Norman ijvert voor een meer open visie op de taxidermie. Voor passanten blijft het vaak een ver-van-mijn-bed-show. ‘Als je weet dat ik werk met de mentaliteit om niet te willen doden, om in the end iets dat anders toch verloren gaat, te behouden, lijkt het al wat minder eng. Onbekend maakt onbemind en dat geldt voor de taxidermie zeer zeker. Wie het vak beter leert kennen, zal zien dat er heel wat moois in verscholen zit.’

Meer weten over de taxidermie? Bekijk dan hier het verhaal van taxidermist Jeroen uit Leuven.

Tekst en foto’s: ©Laura Heremans